Columns
Columns (korte persoonlijke anekdotes)
1. Bijna (2025)
2. Vrouw alleen (2021)
3. Fashion tape (2021)
4. Larger than life (2024)
5. Penthouse (2020)
6. Zoals met jou (2025)
7. Weerzien (2026)
8. Terras (2021)
9. C'est le ton qui fait la musique (2021)
10. Shit happens (2016)
11. Hey, psst, schatje! (2022)
12. De man die durfde (2022)
13. Nieuwe schoenen (2024)
14. De meisjes van de parfumerie (2023)
15. 49 (2023)
16. Voorstelling (2025)
1. Bijna
Beeldde ik het me maar in? Was het een hallucinatie, een visioen? Of zag ik je nou echt, daar bij het stoplicht?
Je stak over, ik was net iets te ver weg, en moest wachten tot het licht weer op groen sprong. Je had al een flinke voorsprong, ik kon je niet meer inhalen. Je liep snel, trok af en toe een sprintje. Je had haast, en ik zag de afstand tussen ons steeds groter worden. Ik had je naam willen roepen om te zien of jij het was.
Als jij het was geweest, had je je dan omgedraaid, en was je naar me toegelopen? Hadden we dan weer oog in oog met elkaar gestaan, als vanouds? Hadden we dan even met elkaar gepraat? Hadden we dan die chemie weer gevoeld, zoals we die altijd voelden? Zou het een kort gesprek zijn geweest, of misschien wel wat langer? Of had de tijd het niet toegelaten, zoals de tijd het ons nooit toeliet?
Je had haast, en ik was vertraagd door de zware boodschappentas van de Jumbo in mijn linkerhand. Uiteindelijk kon ik je niet bijhouden, en zag ik je verdwijnen uit het straatbeeld. Bijna.
2. Vrouw alleen
Daar zit ze weer. Dit keer aan een andere tafel, maar bij mijn weten kiest ze iedere keer wel een andere tafel uit. Als ze maar wat privacy heeft. Nou ja, soms lijkt de nabijheid van andere gasten haar niet te storen. Zolang ze maar niet teveel wordt afgeleid. Want ze lijkt zich te willen concentreren, op wat het dan ook is dat ze leest op haar telefoon. Of wat ze schrijft. Want dat doet ze ook, regelmatig. Dan zie ik haar besmuikt lachen. Om wat ze zojuist heeft geschreven, of om een grappige anekdote of een verhaal dat ze aan het lezen is. Of lacht ze gewoon om iets lolligs op social media?
Welke tafel ze kiest verandert dus nog weleens, maar wat niet verandert is dat ze alleen is. Alleen, met haar telefoon. Dat lijkt haar niet te storen. Maar soms zie ik haar droevig voor zich uit staren. Naar die lege plek aan haar tafeltje, het tafeltje voor twee. Of het tafeltje voor vier. Dan kijkt ze om zich heen met zo'n blik van: 'Toe jongens, ik heb écht al die stoelen niet nodig hoor. Zit er nog iemand verlegen om een stoel? Kom ze maar halen.' Dat gebeurt weleens een enkele keer. Dan staat ze de stoelen met een soort van opluchting af. Net alsof ze wil zeggen: 'Dan ziet het er toch wat minder eenzaam uit'.
Ik geef toe dat ze me fascineert. Ze gaat altijd goed gekleed, netjes en vrouwelijk als je begrijpt wat ik bedoel, ik heb haar nog nooit een gerafelde spijkerbroek of iets dergelijks zien dragen. En altijd een make-upje op, ik geloof dat ik rode lippenstift haar toch het mooist vind staan. Als ik haar tafel kom afruimen zit er altijd zo'n mooie afdruk op het kopje. Cappuccino overigens, maar de laatste tijd is Caffè americano ook in trek. Steevast gevolgd door een glas witte wijn. Of twee. Een gebakje bij de koffie hangt af van onze kaart. Ze vraagt altijd naar cheesecake, of worteltaart. Ik moet haar dan steeds teleurstellen, veel verder dan appeltaart en chocoladecake gaat het hier niet. Ik neem me iedere keer voor dat we de kaart eens moeten veranderen.
Vaak heb ik de neiging om een praatje met haar te maken, om een gesprek aan te knopen. Om haar te vragen waarom er geen leuke man is. Nou ja, daar ga ik dan vanuit. Helemaal zeker weten doe ik het niet. Maar als ik haar weer zo dromerig uit het raam zie staren dan ben ik dat toch geneigd te denken, dat ze zich misschien wat eenzaam voelt. Maar hé, zoiets doe je niet hè. Misschien zou ze zich wel opgelaten voelen als ik dat deed. Dat wil ik niet, ik wil niet riskeren dat ze naar een ander café gaat. Want concurrentie genoeg. Bovendien slaat ze ook weleens een weekje over. Ze heeft vast andere adresjes. Waar ze misschien zelfs gaat eten. Ik kan haar geen ongelijk geven.
Vandaag is ze goedgeluimd, ondanks dat die droevige blik af en toe weer opduikt. Maar er wordt vooral intensief gelezen, gegrinnikt, nagedacht, en geschreven. Kon ik maar zien wat ze schrijft, of wat haar zo doet gniffelen. Daarvan blijf ik in het ongewisse, maar het doet me goed om haar te zien lachen. Ja, ik vind haar best bijzonder, ik geef het toe. Op de een of andere manier wekt het toch nieuwsgierigheid dat ze altijd alleen is. Als collega's de volgende dag vragen of er nog vaste gasten zijn geweest, dan noem ik haar altijd de vrouw met de lippenstift. Stiekem hopen we allemaal dat hij een keer binnen komt wandelen, die man, en dat hij dan bij haar aanschuift. Ik stel me hem zo voor als een man van middelbare leeftijd, want dat is zij ook. Knap. Met charme. En goedgekleed, net als zij.
Vandaag komt hij in ieder geval niet. Maar mocht het ooit gebeuren, dan krijgen ze van mij koffie van het huis. Mét cheesecake. Al moet ik 'm zelf bakken.
3. Fashion tape
Kent u dat, fashion tape? De verkoopster bij de HEMA die ik het afgelopen donderdag vroeg in ieder geval niet. Misschien kwam het door mijn timide intonatie. Die neiging heb ik weleens, om zacht te praten. Maar het kan ook zijn dat ze geen Engels verstond. Ik besloot om het rustig voor haar te herhalen:
"Fashion, van fashion, en tape, van tape."
O ja. Er leek een lichtje te gaan branden. Dat wil zeggen: ze kon me nu in ieder geval verstaan. Maar dat ze nog steeds geen benul had van wat ik bedoelde zou aanstonds duidelijk worden. Het werd op z'n zachtst gezegd een beetje een vreemd gesprek. Met een prettig binnenpretje voor mij tot gevolg.
Fashion tape. Ik vind het een geweldige uitvinding. Ik heb zo'n bloesje dat na zo'n twee keer onder handen te zijn genomen door mijn kleermaker nog steeds niet goed valt, bij de rechterschouder valt 'ie open waardoor er meer schouder te zien is dan ik bereid ben prijs te geven. Met andere woorden: de pasvorm is gewoon niet goed. Mijn kleermaker heeft er een hoop aan verbeterd, maar de blouse valt bij de schouder na twee ingrepen nog steeds open. Fashion tape biedt uitkomst: met het dubbelzijdige plakband blijft het weerbarstige stofje nu prima op zijn plek. Ook voor blote en/of strapless jurken is het een vondst: met wat fashion tape kun je nu probleemloos dat schaamteloze jurkje aan, wat je tot dan toe in de kast liet hangen.
Terug naar de HEMA verkoopster op de eerste verdieping van de HEMA in Amsterdam Noord.
"O ja, ik begrijp wat u bedoelt, maar dat verkopen wij hier niet."
Ze werd wat rood in haar gezicht. Ik werd ook wat rood in mijn gezicht. Terwijl het tafereel me tegelijkertijd amuseerde. Bedoelde ze nu wat ik dacht dat ze bedoelde? Ze leek zich nu ook wat meer te gaan verzetten en bleef maar herhalen dat ze dat niet verkochten. Ik vond het eigenaardig. Zo'n gek idee was het toch niet, dat ik dacht dat ze fashion tape bij de HEMA verkochten?
Toen wist ik plotseling zeker wat ik dacht dat ze dacht dat ik bedoelde. Ze dacht dat ik op zoek was naar tape om een zeker gebied op mijn bovenlijf mee af te plakken. Ze begon nu ook fysiek afstand van me te nemen door een paar stappen achteruit te doen. Awkward typeert dit gesprek misschien nog het beste. Tegelijkertijd vond ik het reuze amusant dat ik ervoor werd aangezien een artikel te zoeken waar ik de adressen wel voor zou weten, maar waar ik natuurlijk nooit voor zou aankloppen bij de HEMA.
Ik besloot het er niet bij te laten zitten en legde haar nu, met volle overredingskracht, uit dat ik op zoek was naar speciale plakband voor kleding. Eindelijk viel het kwartje. Maar nog steeds konden ze me er bij de HEMA niet mee helpen.
"U kunt het misschien bij Livera proberen."
In ieder geval een bruikbare suggestie, zo zou later blijken. Ik bedankte haar vriendelijk voor de tip en verliet de HEMA met een brede glimlach op mijn gezicht. Het leek wel een komische scène uit een film. En stiekem vond ik het wel leuk dat ik ervan beticht werd naar stout plakband te shoppen.
Bij de Livera kwam het uiteindelijk goed.
"Fashion tape? Ja hoor, dat hebben we. Acht euro voor een rol. Een koopje toch?"
Ik geef deze column:
4. Larger than life
In een favoriet restaurant waar ik op de valreep vanmiddag nog even koffie wil drinken vind ik op zich een goed tafeltje in de serre, met uitzicht op het park. Er zijn niet veel mensen, waardoor het volume van twee mannen aan het tafeltje schuin tegenover mij zich meteen aan mij opdringt. Ik erger me er wel aan, maar breng toch onverstoorbaar mijn make-up aan zoals ik dat altijd doe in het openbaar, terwijl ik ondertussen lurk aan mijn koffie verkeerd.
Ze zijn allebei van middelbare leeftijd. De linkerman gaat met zijn gezicht naar me toe zitten, alsof hij zich wil verzekeren van het uitzicht op mij. Ik ben verder dan ook de enige vrouw in dat deel van het restaurant, dus ik zal daarom wel extra interessant zijn. Dat, en dat ik me natuurlijk aan het opmaken ben. De mannen vinden het maar moeilijk om niet afgeleid te raken door mijn poederkwast. Ik grinnik inwendig, maar vind het ook lichtelijk irritant dat ik nog steeds gedwongen naar hun gesprek moet luisteren. Dan steekt de man op links écht van wal: dat hij gebeld is door de vader van Leonardo DiCaprio voor één of ander duurzaamheidsproject. Zijn gesprekspartner, een Vlaming, reageert geïnteresseerd, maar hij denkt misschien wel hetzelfde als ik: wat een opschepper :-D
Dan vraagt de Vlaming naar zijn vrouw en natuurlijk heeft hij een perfect huwelijk en zij is ook succesvol, ze hebben een huis in Japan en o hij gaat daar graag naar stripclubs. Ik kan me voorstellen dat menig ander toehoorder met de oren zou zitten te klapperen. Ik ben niet onder de indruk en besteed veel meer aandacht aan mijn mascara, hoewel ik me wel meteen afvraag of zijn vrouw dan ook meegaat naar die stripclubs.
Hij gaat nog even door over zijn favoriete warenhuis, die is 24/7 open en je kunt er alles kopen, van seksspeeltjes tot goudvissen. Kun je er ook wapens kopen, gaat het cynisch door mijn hoofd. Dat hoort hij gelukkig niet. De Vlaming krijgt (denk ik) genoeg van het gesprek en ze vertrekken opeens vrij plotseling. Ik heb ondertussen mijn moeder gebeld voor de broodnodige relativering (en regulering van het volume). We kunnen nou eenmaal niet allemaal larger than life zijn.
Ik geef deze column:
5. Penthouse
Er brandt al weken geen licht meer in het penthouse van de flat aan de overkant van de gracht, waar ik vanuit mijn appartement op de vijfde verdieping op uitkijk. Dat penthouse heeft altijd een aantrekkingskracht op mij gehad, zo'n luxe appartement spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding. Op mijn fantasie heeft het in ieder geval een sterke uitwerking. Ik kan er gewoonweg ook niet omheen: het bepaalt prominent de skyline van mijn uitzicht.
Dat ik er ruim zeventien jaar nooit iemand daadwerkelijk heb gezien helpt de fantasie natuurlijk wel. In mijn verbeelding is de bewoner uiteraard een aantrekkelijke zakenman à la Christian Grey, steevast gekleed in een maatpak of smoking, geflankeerd door sensuele vriendinnen in avondjurken of zinnenprikkelende lingerie. Als ik 's avonds door mijn woonkamer loop spiek ik vaak even of ik een glimp van het mondaine leven in het penthouse kan opvangen. Maar meer dan het verlichte dakterras en het licht in de woonkamer valt er niet te zien. Het uitblijven van de bevestiging óf een anticlimax houdt in ieder geval mijn fantasie levend, waar ik zo heb ik gemerkt, toch best een bepaald plezier aan beleef.
Maar van de zomer gebeurde het opeens dat ik iemand op het dakterras zag staan. Het was een jongen, gekleed in zwembroek, met zijn telefoon in zijn hand. Geen Christian Grey, geen smoking. Ik zag mijn fantasie plotseling in rook opgaan. Het beeld van het verwende joch met zijn dure telefoon heb ik maar meteen verdrongen. Maar ach, kan hij het helpen dat hij nog iets te jong is om in mijn fantasiebeeld van het penthouse te passen. En Christian Grey zal toch ook niet meer op een Nokia bellen...
Al weken is het donker op de bovenste verdieping van het flatgebouw aan de overkant van de gracht. Ook nu gaat mijn fantasie met me aan de haal: zou mijn gefantaseerde playboy een financiële nederlaag hebben geleden, wellicht door corona, en gedwongen zijn appartement hebben moeten verkopen? Geen champagne en feestjes meer, geen vriendinnen koketterend in lingerie aan zijn zijde. Het dakterras is donker, en het penthouse is leeg. Vergane glorie is wat er nu nog van het luxe dakappartement afstraalt. Alles is minder in coronatijd, zelfs op mijn fantasie wordt beknibbeld. Het zijn donkere tijden. Ook voor mijn fictieve playboy in het penthouse. Tot de lichten weer aangaan in het luxe loft op de bovenste verdieping zal ik het met mijn fantasieën in deze column moeten doen...
Ik geef deze column:
6. Zoals met jou
Ik ging er niet heen met hoge verwachtingen. Ik had m'n bedenkingen hier en daar, en bovendien weet ik dat foto's vaak een ander beeld van de werkelijkheid weergeven. Een beeld dat helaas nimmer, of zelden, wordt waargemaakt.
Ik wist dat de kans op succes klein was. Dat de kans klein was dat ik weer zou voelen wat ik voelde, toen ik jou ontmoette. En toch is daar onherroepelijk dat melancholische gevoel, alleen achtergebleven in het restaurant, terwijl je Tinderdate z'n verlies al heeft gepakt. Overgaan tot de orde van de dag duurt net even iets langer dan normaal. De halflege karaf water op tafel drink ik tot de bodem leeg.
Misschien is het ook een illusie om te denken dat het ooit weer zo zal zijn zoals het met jou was. Dat het klopte, ook al zaten we er niet zo bij zoals op dit schilderij. Maar het vóélde wel zo. Het voelde zoals een date hoort te zijn: het begin van een grootse liefde. Een onmogelijke missie. Omdat dat al is geweest. Maar wie weet. Misschien lijkt hij op jou. En zo niet, dan kan ik altijd nog hopen op jou.
7. Weerzien
Ik loop er nog vaak langs. Als ik boodschappen heb gedaan, of als ik in de buurt koffie ben gaan drinken. Meestal ben ik op weg naar huis, of kom net van huis. Dat kan verschillen. Maar nooit, nooit loop ik er zomaar aan voorbij. En nooit loop ik erlangs, zonder aan jou te denken. Zonder te denken aan die maandagmiddag in maart, nu acht jaar geleden, toen we daar koffie gingen drinken. Het was een reünie, nadat we elkaar acht maanden niet hadden gezien.
Ik gluur er vaak naar binnen. Het staat alweer een tijdje leeg, het restaurant is er al lang niet meer. De tafels en stoelen staan er niet meer, de bank waarop wij zaten is weggehaald. Maar ik weet nog exact waar we zaten. Aan welke kant jij zat, aan welke kant ik zat. Ik weet nog hoe de koffiekopjes eruit zagen, welke koffie jij dronk, welke koffie ik dronk, welk koekje we erbij kregen. Een kletskopje, gezien de situatie zeer toepasselijk.
Ik staar vaak wat weemoedig door het raam en zie ons in gedachten daar weer zitten. Opgewekt, hoopvol (ik), aftastend (jij), maar de wederzijdse aantrekkingskracht was overduidelijk. Verwikkeld in een geanimeerd, boeiend en betekenisvol gesprek. Het was het begin van een intense en gepassioneerde relatie.
Welke bestemming het pand nu krijgt is nog steeds niet duidelijk, misschien komt er een nieuw restaurant in, misschien niet. Misschien blijft het leegstaan, misschien is het straks wel een kantoor (ik hoop het niet!). Maar wat er ook komt, voor mij zal het altijd de plek zijn waar ik jou weer vond. En jij mij.
8. Terras
Ik kan er geen genoeg van krijgen, van het terras. Óók als de lucht grijs is gekleurd en de temperatuur zo'n graad of acht is gezakt ten opzichte van gisteren. Het mag de pret niet drukken, het is zaterdag, mijn lievelingsdag, ik heb net naar ik hoop een goed zittende bikini gescoord bij Zeeman en dat wil ik vieren met een cappuccino, op z'n minst.
Even later strijk ik neer op het terras, en wát voor een terras. Het heeft absoluut grandeur, het stenen 19e eeuwse terras. Een riante tafel voor mij alleen, uitzicht op spelende kinderen in het park en voor de verandering eens geen wiebeltafel. ;-)
Één van de redenen waarom ik de horeca zo heb gemist tijdens de lockdown is de stille interactie met wildvreemden, waardoor ik meer dan eens getrakteerd word op smeuïge anekdotes of dito situaties. Zo ook vanmiddag. Het is na mijn cappuccino met bananenbrood met slagroom en nog voor mijn Sauvignon Blanc als ik me gewaar word van twee dames aan een tafel achter mij, die in een geanimeerd gesprek verwikkeld zijn. Eerst op gematigde toon, wat ik prettig vind omdat ik daardoor ongestoord kan lezen. Maar als mijn Sauvignon Blanc is gearriveerd wordt hun toon luider, en word ik of ik nu wil of niet deelgenoot van hun gesprek.
Ik had hem ook opgemerkt, die aardige en naar ik vermoed jonge ober die uiterst vriendelijk mijn bestellingen brengt. Een groot talent als je het mij vraagt. Het is immers niet vaak dat een "Alsjeblieft!" met zoveel overtuiging wordt gebracht. Één van de twee dames achter mij probeert te flirten met de ober, en even is mijn lectuur niet meer belangrijk. Ik vind het aandoenlijk, ik moet er een beetje om grinniken. En ik vind het eigenlijk ook wel stoer van de vrouw dat ze al haar charmes in de strijd gooit en onomwonden toegeeft dat ze hoopt dat hij haar zijn adres zal geven. De ober blijft uiterst vriendelijk en correct en doet alsof zijn neus bloedt, zonder de vrouw resoluut af te wijzen. Óf hij heeft het echt niet door, óf hij is de tact zelve. Ik vermoed het laatste.
Het is tegen sluitingstijd als de vrouwen onverrichterzake het terras verlaten.
"Heb je teveel gedronken?" hoor ik de vriendin van de vrouw nog tegen de vrouw zeggen, als ze opstaan van hun tafel. Ik blijf uiteraard onverstoord voor me uitkijken maar kan niet ontkennen dat deze opmerking de kers op de taart is van het toch al vermakelijke tafereel. Zelf blijf ik nog even zitten, mijn Sauvignon Blanc is immers nog niet op en zo kan ik stilletjes nog even nagenieten van waar ik zojuist getuige van mocht zijn. We leven in een moeilijke wereld, maar het leven kan soms zo onverwacht leuk zijn.
Ik geef deze column:
9. C'est le ton qui fait la musique
Je hoort er de laatste tijd veel over: straatintimidatie. Persoonlijk heb ik er nooit veel mee te maken gehad, gelukkig, alhoewel ik moet toegeven dat ik me 's avonds laat op straat ook niet altijd even veilig voel. Maar ik vind het nog altijd een verschil of er onschuldig gefloten wordt, of dat er grove beledigingen worden geuit. C'est le ton qui fait la musique.
Op de middelbare school zat een jongen in mijn klas die mij er graag mee confronteerde dat ik grote borsten had. "Dikke tieten," kon hij niet nalaten te roepen bij iedere gelegenheid die zich voordeed. Hij liet geen kans onbenut om mij eraan te herinneren dat ik rijkelijk bedeeld was. Ik heb er jarenlang een complex aan overgehouden, in de overtuiging dat het lelijk was om grote borsten te hebben en dat ík daarom lelijk was. Als veertienjarige worstelend met mijn zelfbeeld was dat niet makkelijk. Maar naarmate de jaren verstreken werd mijn spiegelbeeld vriendelijker, en stierven de beledigingen een stille dood.
Ik ben hem nog wel eens tegengekomen, die jongen uit de tweede klas van de MAVO. Het was in een club, er draaide die avond een Drum and Bass DJ en ik zag eruit om door een ringetje te halen: strak topje, kek rokje, beeldige hakjes. Hij was in gesprek met een gezamelijke kennis. Omdat we een gezamelijke kennis hadden kon een korte woordenwisseling niet uitblijven. Ik voelde allang geen rancune meer, het was daarom opmerkelijk dat hij mij zijn excuses aanbod voor zijn gedrag van jaren geleden en er nog een compliment aan vastplakte: "Je bent een mooie vrouw." Blijkbaar was hij de pesterijen aan mijn adres nooit vergeten en was dit zijn kans om het goed te maken. Ik verliet de club die avond met een triomfantelijk gevoel.
Vandaag op straat kreeg ik te horen dat ik dikke billen heb. Het werd geroepen vanaf een fiets door iets wat zich nog het beste laat omschrijven als een zwabberende lapzwans, of een labiele schlemiel (wat is taal toch geweldig :-D). Ik realiseerde me opnieuw dat het de toon is die de muziek maakt. De man bedoelde het als belediging, maar diezelfde woorden kunnen net zo goed worden opgevat als een fijn compliment. Ik nam het als compliment en daarmee schoot zijn belediging zijn doel totaal voorbij. Ik ben tenslotte geen veertien meer, maar inmiddels een zelfbewuste vrouw van tegen de vijftig die zich niet meer druk maakt om wat de mensen roepen. Want ik ben maar gezegend met zulke borsten. En gezegend met zulke billen.
Ik geef deze column:
10. Shit happens
Het moest er maar weer eens van komen: het aanschaffen van een nieuwe bikini. Niet iets wat ik elk jaar doe, want met een royale cupmaat slaag je niet gemakkelijk bij de H&M, of enig andere betaalbare winkel dan ook. Nee, als rijker bedeelde vrouw ben je al gauw veroordeeld tot de betere lingeriezaken, en daar hangt vaak een dito prijskaartje aan. Tel daar een razend goede verkoopster bij op, nou dan weet je het wel ;-)
In de exclusieve lingeriezaak word ik geholpen door een doorgewinterde verkoopster van een jaar of vijftig. Dat ze veel ervaring heeft blijkt al snel als ik een paar potentiële bikini’s van het rek haal om aan haar te laten zien.
"Dit vind ik niks voor jou," is haar reactie.
"Hoe weet je dat?” vraag ik me hardop af.
“Omdat ik het zelf ook niks vind," klinkt het ad rem :-D
Geen wonder dat ik uiteindelijk een slordige 184 euro afreken voor maar liefst twee bikini's, terwijl één duidelijk het plan was.
"Shit happens," is daarop het ludieke commentaar van de sterverkoopster. Mijn lach klinkt door de winkel. Het verzacht in ieder geval de pijn in mijn portemonnee een heel klein beetje.
"Je bent hier altijd welkom," zegt de charmante verkoopster tot slot als ze me het chique kartonnen tasje overhandigt met mijn nieuwe bikini’s. Hoewel ze dit vast geregeld tegen klanten zegt klinkt het toch gemeend. Kom ik hier dus over een paar jaar weer terug, als ik weer een nieuwe bikini nodig heb? Absoluut. Om zulk verkooptalent kun je gewoon niet heen. En niet eerder zo moeten lachen bij de aanschaf van een bikini.
Ik geef deze column:
11. Hey, psst, schatje!
De wandeling naar de supermarkt, zo'n drie à vier keer per week, verloopt doorgaans zonder bijzonderheden, als je het feit dat wandelen zo'n beetje het enige is dat je tijdens een semi-lockdown kunt doen even buiten beschouwing laat. Dan wordt de (bijna) dagelijkse wandeling naar de supermarkt, in mijn geval wisselt het du moment nogal eens welke supermarkt ik aandoe, opeens het event van de dag.
Een erg spannend leven leid ik dan ook niet: ik breng mijn dagen hoofdzakelijk achter mijn laptop door, zie af en toe eens een vriendin, kan hooguit tegen de plant praten en met het sluiten van zo'n beetje alles wat het leven sjeu geeft zal ik toch vooral een beroep moeten doen op mijn creatieve vermogen er nog wat van te maken. In mijn geval betekent dat schrijven, maar dat is, als ik niet in het café kan zitten, over het algemeen een eenzame bezigheid. Een eenzame bezigheid die voldoening geeft, dat dan gelukkig weer wel.
Maar een mens wil óók gezien worden! Niet dat ik daarnaar solliciteerde, of daar bewust mee bezig was, toen ik vanmiddag richting de AH liep. Een maaltijdbezorger op een fiets mindert vaart als hij mij nadert, en probeert mijn aandacht te trekken.
"Mag ik je wat vragen?" klinkt het op links. Mijn eerste reactie is altijd wat argwanend als ik op die manier door een vreemde wordt aangesproken op straat, en dat is nu niet anders. Maar vooruit, ik geef hem zijn zin, het moet wel heel raar lopen wil er nu iets geks gebeuren.
"Ja hoor," antwoord ik hem op mijn hoede, maar vriendelijk.
"Je bent echt een mooie vrouw. Heb je een vriend?"
Als ik het niet dacht. En toch moet ik lachen om zijn brutale, ongegeneerde avances, hoewel ik die liever niet van hém had gehad.
"Ja," antwoord ik ad rem en in mezelf grinnikend om mijn spontane assertiviteit. Niet geheel onwaar overigens. Het antwoord zorgt er in ieder geval voor dat hij zijn avances tempert, en langzaam weer verder fietst. Maar niet voordat hij toch nog even de ether in slingert:
"Jammer, je bent echt een mooie vrouw."
Iets verderop zie ik hem weer vaart minderen, alsof hij besloten heeft het nog niet op te willen geven. Uit voorzorg houd ik mijn pas iets in om af te wachten wat hij gaat doen, maar tot mijn opluchting laat hij het definitief varen en kan ik zonder further ado naar de Albert Heijn, met een glimlach.
Ik geef deze column:
12. De man die durfde
Het is zaterdagmiddag. Zoals gewoonlijk duik ik nadat ik mijn gebruikelijke programma heb afgedraaid (administratieve verplichtingen en huishouden) een koffietentje in om me de plaatselijke caffè latte en dito patisserie goed te laten smaken. Daarnaast is het koffietentje dan wel restaurant ook de favoriete plek om mijn favoriete bezigheid uit te voeren: schrijven.
Dat was deze keer niet anders, alhoewel het deze keer wel anders verliep. Vanuit mijn ooghoeken had ik hem natuurlijk wel gezien, die man die twee tafeltjes verderop zat en naarstig op zoek was naar oogcontact. Zijn koffie bleef nagenoeg onaangeroerd, het leek hem ook niet om de koffie te doen, hoewel de koffie in het betreffende koffietentje uitstekend is. Maar de man was op een missie. Een missie die je eerder in een kroeg zou verwachten, halverwege of tegen het einde van de avond als de alcohol inmiddels voor de nodige (over)moed zorgt. Of in een discotheek of club, opgezweept door harde muziek, gehuld in het anonieme donker.
Maar niet hier, niet in deze brave, ietwat truttige koffieshop, waar je nog nét geen koffie drinkt uit een kopje met een plaatje van Holly Hobbie erop (voor de millennials: even googelen) Ik waan me hier doorgaans toch redelijk veilig. Maar het ondenkbare gebeurde: de man had zijn zinnen gezet op een flirt, met mij welteverstaan! Ik ben in het bezit van een goed stel zintuigen dus ik had het kunnen weten, alhoewel ik het pas geloofde toen hij aan mijn tafeltje stond en een opmerking maakte over het stuk taart waar ik maar half van had gegeten.
"Je moet wel je taart opeten hoor!"
Waar bemoeit hij zich mee? dacht ik, maar ik glimlachte vriendelijk terug en verzekerde hem dat ik dat zeker van plan was. Het was naïef om te denken dat hij het daar bij zou laten, maar ik hoopte het wel. Ik probeerde mijn aandacht op mijn telefoon te richten en keek af en toe expres de andere kant op. Maar er was geen ontsnappen aan zijn gefixeerde blik, die niet aflatend op mij gericht bleef. Ik dook nóg verder in mijn telefoon, maar het mocht niet baten. Een paar tellen later stond hij weer aan mijn tafeltje.
"Wil je misschien iets van me drinken?"
Hè? Dit was toch zo'n oneliner die bij (teveel) bier en een schimmig café hoorde?
Ik vond op dat moment twee dingen tegelijk. Ik vond de man moedig, maar ik vond het ook een beetje gek. Ik bedoel ik was al voorzien van koffie én taart, dat had hij duidelijk kunnen zien, en het was gewoon nog te vroeg voor alcohol. Het wás ook helemaal geen plek voor alcohol, het was überhaupt geen plek voor een cliché versiertruc. And last but not least, of eigenlijk first and not last (haha) ben ik niet op de markt. Dat kon hij natuurlijk niet weten, hij probeerde het gewoon. Wie niet waagt, wie niet wint.
"Nee sorry," antwoordde ik lachend, waarbij in mijn lach ook iets van onverholen ironie te bespeuren viel. Ik kon het niet helpen, ik vond het gewoon zo idioot, iemand die mij probeerde te versieren in een brave, tuttige koffietent. Of all places! Ik hoopte maar dat hij het milde sarcasme in mijn lach niet had gehoord, want vreemd of niet, hij durfde wel. Ik gunde hem meer succes, ook al was zijn poging bij mij mislukt.
Ik probeerde mijn aandacht weer op mijn telefoon te richten, ook al was de sfeer awkward, want hij was gewoon weer aan zijn tafeltje gaan zitten. De blik in zijn ogen hield het midden tussen teleurstelling en lichte boosheid. Lang bleef hij niet zitten, hij liep nog een keer naar mijn tafel, wenste me een prettig weekend, wellicht dat dat nog iets zou uithalen tegen beter weten in, maar hij gaf het uiteindelijk op en verliet onverrichter zake het etablissement. Zo ziet een verslagen man eruit dacht ik nog, terwijl ik hem de deur zag uitlopen.
Achteraf gezien moet ik het hem nageven: slim is het wel om op vrouwenjacht te gaan in een koffietentje waar de populatie doorgaans voor zo'n 80% uit vrouwen bestaat. De kans dat er dan een leuke vrouw bij zit is natuurlijk groot. Dat je daarbij het risico loopt om een blauwtje te lopen moet je dan wel voor lief nemen, maar kansen genoeg zou je denken, ook al had hij geen succes bij mij.
Hij kreeg dus niet wat hij wilde, maar zonder het te weten kreeg hij toch iets voor elkaar. Want over één ding kunnen we het eens zijn, het was zondermeer een moedige actie. Een dappere daad die daarnaast ook nog deze smeuïge column opleverde. Een smeuïge column met desalniettemin een belangrijke boodschap: het leven is gewoon veel te kort om er niet voor te gaan. Daar drink ik de rest van mijn koffie dan maar op, want zo is het maar net.
Ik geef deze column:
13. Nieuwe schoenen
Nieuwe schoenen. Wat is het toch met nieuwe schoenen dat het altijd zo pijnlijk is om ze in te lopen. Althans, bij mij is dat bijna altijd zo. Zelfs bij comfortabele schoenen, zoals deze, blijven de bloederige blaren me niet bespaard. Uiteindelijk zullen ze lekker zitten, dat weet ik nu al, want goedkoop waren deze muiltjes niet. Maar dan moet ik wel eerst door een hel van pijn. Nou ja, zo ongeveer dan. ;-) Wat dat betreft zie ik ook een parallel met mijn (liefdes)leven.
En dan zul je net zien dat de pleisters bijna op zijn. Dus maar even langs de drogist, en maar meteen even een voorraadje inslaan. Ik kom er nooit, maar het toeval wil dat de eerste de beste drogist die op de route ligt de Trekpleister is. Pleisters kopen bij Trekpleister, waar anders. Een aardige dame dient mij uitstekend van advies, voor elke soort wond is er wel een specifieke pleister. De technologie staat natuurlijk ook niet stil. Uiteindelijk reken ik zo'n zeven euro af voor drie soorten pleisters, voor het geval dat. Mijn schoenen zijn nog steeds niet ingelopen, en de blaren op mijn hielen doen nog verrekte veel pijn. Maar verlichting is op handen (voeten ;-)).
Als ik even later in de HEMA op zoek ben naar pantysokken realiseer ik me pas dat ik aan die behulpzame dame van de Trekpleister ook had kunnen vragen of ze misschien pleisters hebben voor een gebroken hart. Ze hebben immers voor alle soorten wonden wel een pleister.
14. De meisjes van de parfumerie
Ken je dat gevoel, dat je ergens bent waar je niet helemaal thuishoort? Of beter gezegd, waar je het gevoel krijgt dat je er niet thuishoort, want dat zijn twee verschillende dingen. In een parfumerie ervaar ik precies zo'n gevoel, het gevoel dat ik er niet thuishoor, en dat komt vooral door de air (what's in a name) van de dames die er werken.
Ik was er al járen niet meer geweest, bij de Ici Paris XL en de Douglas. Omdat ik eigenlijk alleen maar natuurlijke parfums gebruik, en die verkopen ze daar over het algemeen niet. Dus het moet zeker zo'n 15 jaar geleden zijn geweest dat ik daar voor het laatst een voet heb binnengezet. Natuurlijke parfums zijn dus niet makkelijk te krijgen, je bent voornamelijk op het internet aangewezen. Maar omdat je op een gegeven moment ook wel weer eens iets anders wil proberen én omdat ik wilde weten of de Ici Paris XL en de Douglas de transitie naar duurzaam inmiddels hadden gemaakt, stapte ik er een paar weken geleden na hele lange tijd weer eens binnen.
Als er geen enkele klant te bekennen is in een winkel en de verkoopsters alleen maar een beetje met elkaar staan te kletsen dan weet je het eigenlijk wel: je bent als klant niet gewenst. Tegen beter weten in ging ik toch naar binnen, ik wilde immers echt weten of ze bij Ici Paris XL nu ook aan duurzaam deden. Op de vraag "Hebben jullie ook natuurlijke parfums?" werd ik aangekeken alsof ik zojuist iets in een vreemde taal had gezegd.
"Bedoel je biologisch?" de verkoopster sprak de woorden met moeite uit, alsof ze een insect had ingeslikt.
"Nou, nee, niet helemaal, nou ja, parfums op plantaardige basis, dus nou ja misschien eigenlijk wel."
Kijk, natuurlijk had ik hun gesprek net verstoord, en viel ik überhaupt uit de toon omdat ik toevallig geen make-up droeg, m'n haar niet goed zat (zeg maar gerust wild) en ik op dat moment peentjes zweette (want dat heb je nou eenmaal in de overgang, te pas en te onpas). Toen ik vervolgens uit begon te leggen dat het anno 2023 nu wel eens tijd werd om natuurlijke parfums op te nemen in het assortiment, bij de Etos kun je per slot van rekening ook allang natuurlijke douchegels krijgen, had hun irritatiegraad het maximum bereikt. Ik kon nog even bij één merk kijken (100 euro voor een flesje, ik dacht het niet) en verder hoopten ze in stilte dat ik gauw zou vertrekken. Dat deed ik dan ook, ik had de non-verbale boodschap luid en duidelijk begrepen (en ik ging toch echt geen 100 euro neerleggen voor het enige "biologische" merk dat ze hadden).
Bij Douglas werd het niet veel beter, alhoewel ik wel iets vriendelijker werd ontvangen. Maar ook daar kreeg ik de indruk (los van het feit dat ze eveneens niks natuurlijks hadden, behalve weer dat merk van 100 euro) dat ik er niet op mijn plaats was. Mijn make-up was nu wel in orde, en mijn haar zat toch redelijk. Maar het mocht wederom niet baten, wie naar zulke 'vreemde' zaken vraagt als een natuurlijk parfum en wie er niet bijloopt als een Barbiepop die past niet in het kader van het parfumeriemeisje, of in het kader van de parfumindustrie. Voorlopig zal ik me dus weer tevreden moeten stellen met het online assortiment. Kom ik dan nooit meer bij Ici Paris XL of bij Douglas? In ieder geval niet zonder make-up, of als ik op dat moment last van een opvlieger heb. Én als er tenminste één verkoopster vriendelijk naar me lacht, en het van harte toejuicht dat er éíndelijk eens iemand zoiets vooruitstrevends en duurzaams wil kopen als een natuurlijk parfum.
Ik geef deze column:
15. 49
49 worden, let's face it, dat wil je natuurlijk liever niet. Nee, elk jaar opnieuw 35 worden, dat lijkt me een veel beter idee. Helaas. Ik kom er niet onderuit, maar dat wil nog niet zeggen dat ik mezelf dan niet een beetje mag verwennen (lees troosten) vandaag. Dus heb ik mezelf op een fancy lunch getrakteerd.
De zon schijnt, en bij binnenkomst lukt het me om, ondanks dat het afgeladen is in het restaurant, een uitstekend plekje te scoren in de serre met uitzicht op het park. Precies wat ik in gedachten had! De ironie wil echter dat ik al gauw omringd word door gezinnen met kinderen, er is geen leeftijdsgenoot te bekennen. Ik ben ingesloten door kinderwagens. On top of it is er in het linkergedeelte van de serre een luidruchtig kinderfeest aan de gang met het thema 'Frozen'. Tja. Elke dag is het iemands verjaardag, en 26 februari is nou eenmaal niet alleen voorbehouden aan verjaardagen met het thema 'Hyaluronzuur'.
"Let it gooo, let it gooo..." schalt er uit de boxen op het kinderfeestje. Ergens is het natuurlijk wel irritant. Maar ik ben vandaag, ondanks mijn kersverse leeftijd, in een goed humeur. Dus slaat de irritatie al gauw om in ‘de humor ervan inzien’: op mijn 49e verjaardag verzeild raken op een kinderfeest. Let it go dus, dat lijkt me gezien de situatie nog zo'n gek idee niet. Helemaal als je net 49 bent geworden... ;-)
Ik geef deze column:
16. Voorstelling
We hadden net zo'n drie weken contact toen ik deze voorstelling danste. Het was misschien te vroeg om erbij te zijn, en het contact verliep ook met tussenpozen. Ik had al een paar dagen niets van je gehoord toen je me plotseling weer appte, in de kleedkamer. 'Hoooooooi!!' las ik in de chat. Ik moest glimlachen. Jouw 'Hoooii!' miste z'n uitwerking nooit.
Ik legde aan je uit dat ik in een voorstelling zat (stijf van de adrenaline, en daar kwam jouw appje nog eens bij!). 'Veel succes!!' appte je terug. Ik danste uiteindelijk een goede voorstelling, een nieuw hoogtepunt in mijn danscarrière. Vooral in mijn solo had ik vleugels. Misschien wel omdat je weer contact met me had gezocht. Je zat niet in de zaal, maar je was wel aanwezig, in mijn hoofd. En zo danste ik mijn gevleugelde solo, ook een beetje door jou.